Eerst het hoge woord er maar even uit. Ja, eerwraak is [ook] islamitisch. Weliswaar niet exclusief islamitisch maar toch zeker een wijdverbreid en vooral onder islamieten voorkomend ‘gebruik’.
Vanzelfsprekend verdient deze stelling een deugdelijke toelichting:
Veel mensen, ook zij die beter zouden moeten weten door hun academische achtergrond en kennis van dit onderwerp stellen regelmatig dat eerwraak niet specifiek islamitische is. Het komt namelijk ook in andere tribale zettingen en systemen voor. Alhoewel dit an sich juist is presenteert men vaak voorbeelden van vermeende andere vormen van eerwraak die niet onder deze categorie te scharen vallen.
Zo geeft men vaak het voorbeeld van Italiaanse maffiosi en families die moordaanslagen plegen op leden van concurrerende groepen of families, maar ook in veel mindere mate op leden van de eigen ‘familie’. Familie in het laatste geval even tussen haakjes omdat dit een ruim begrip is binnen met name de maffia. Een persoon of familie die zich heeft aangesloten bij een bepaalde groep of familie merkt men vaak eveneens aan als ‘familie’ terwijl er in werkelijkheid geen sprake is van bloedbanden. Het is in alle opzichten een verkeerd voorbeeld en vergelijk.
Het betreft in deze gevallen geen eerwraak maar bloedwraak ofwel een vendetta. Bloedwraak is een vorm van eigenrichting. Een familie, stam of groep pleegt bloedwraak op een lid van een concurrerende familie, of en in zeldzame gevallen een lid van de eigen familie, stam of groep zodra een gewaardeerd lid van de wraak nemende familie, stam of groep door diens toedoen gedood, gewond of strafrechtelijk vervolgd wordt.
Het heeft alles te maken met het ‘oog om oog, tand om tand’ principe en met machtsverhoudingen. De moord wordt in principe niet gepleegd uit een geneigdheid om de eer te redden, alhoewel dit wel een bijkomend motief kan zijn, maar om de machtsverhoudingen binnen de familie of tussen de families, stammen of groepen te herstellen of te consolideren. Het doden van eigen familie-, stam- of groepsgenoten heeft veelal plaats zodra een lid overloop naar een andere familie, stam of groep of anderszins verraad pleegt aan de eigen groep door bijvoorbeeld met politie of justitie te praten. Het betreft dan een verrader die, om de eigen familie, stam of groep te beschermen gedood wordt. Een preventieve maatregel om de groep bij elkaar te houden of ‘praten’ te voorkomen.
Er bestaat wel een overeenkomst tussen eerwraak en bloedwraak. De voornaamste overeenkomst is dat het beide eeuwenoude culturele en in sommige gevallen religieuze gebruiken zijn. Daar houden de overeenkomsten feitelijk op.
Eerwraak is van een hele andere orde. In tegenstelling tot bloedwraak is eerwraak op een lid van de eigen familie, soms stam of groep eerder regel dan uitzondering. Het kan zijn dat de andere persoon waarmee ‘de eer’ door het familielid is aangetast eveneens gedood wordt, maar dit slechts in het verlengde van de eerwraak op het eigen familielid, groep- of stamgenoot. In het geval van eerwraak spelen machtsverhoudingen een ondergeschikte of geen rol. Of het moet de man vrouw verhouding zijn die aangeeft dat de man superieur is aan en supervisie en macht heeft over de vrouw.
In veruit de meeste gevallen van eerwraak is het slachtoffer van de vrouwelijke kunne. De dader van eerwraak, in vrijwel alle gevallen een mannelijk lid van de familie komt in veruit de meeste gevallen voort uit de familie van het vrouwelijke lid van deze familie. Het is vaak de vader, oom, broer of een neef uit deze familie die de eerwraak voltrekt. Niet zelden geholpen door andere mannelijke en vrouwelijke leden van het gezin of de familie. Het is ook in veruit de meeste gevallen een familieaangelegenheid. De familie besluit na ampel beraad dat een lid van het gezin of de familie moet sterven om de eer te redden of te herstellen. Ook besluit men vaak gezamenlijk wie de eerwraak voltrekt en trekt men een plan en maakt men afspraken over het ‘verhaal’ dat men naar buiten brengt.
In veel westerse landen wijst men vaak een jonge man of een minderjarige jongen aan die de eerwraak dient te plegen. Hiermee anticipeert men op de westerse opvattingen over recht en onrecht. Jongere daders worden in westerse rechtssystemen lichter gestraft dan oudere daders. Minderjarige daders worden vaak, afhankelijk van de leeftijd in z’n geheel niet gestraft of krijgt jeugddetentie tot het 18de levensjaar. Soms laat men een familielid uit het land van herkomst overkomen die de eerwraak pleegt en direct daarna weer terugreist naar het land van herkomst waar er vaak [informeel of officieel] geen straf staat op het plegen van eerwraak. Het zijn zonder uitzonderingen methoden om de staf te ontlopen of zo gering mogelijk te houden.
De voornaamste vraag is natuurlijk wat eerwraak met de islam te maken heeft. Zeker gezien het feit dat eerwraak, alhoewel eerwraak het meest frequent binnen islamitische gemeenschappen plaats heeft, niet exclusief islamitisch is.
Veel mensen beweren dat het eerder een ‘regionaal’ dan een islamitisch verschijnsel is. Dat is in essentie juist maar dat neemt niet weg dat eerwraak met name voorkomt in Turkije, Egypte, Jordanië, Irak, Iran, Syrië, de Palestijnse gebieden en onder de Arabische gemeenschap in Israël, Saoedi Arabië, Pakistan, Afghanistan, Marokko en andere landen en regio’s die gekenmerkt worden door de dominante rol die de islam in deze landen en regio’s heeft. Met de beste wil van de wereld, al zou men dit nog zo graag willen valt niet te ontkennen dat de islam een voorname rol heeft.
Als bewijs daartoe is aan te voeren dat in Europa, waar eerwraak voorheen een nagenoeg zo niet geheel onbekend fenomeen was, eerwraak een punt van zorg werd toen zich in Europa immigranten uit islamitische landen vestigden. Een ander bewijs dat het wel degelijk wat met de principes van de islamitische leer te maken heeft is het feit dat eerwraak ook gepleegd wordt door islamitische nazaten van immigranten die in Europa geboren en getogen zijn in een overwegend westers liberaal maatschappelijk milieu. Gelijktijdig met de introductie van eerwraak namen en nemen we ook een aanzienlijke toename van homohaat, antisemitisme, misogynie en seksuele misdrijven jegens met name westerse vrouwen waar. Ook dit zijn zaken die zondermeer gerelateerd zijn aan de islam.
Velen zullen u toewerpen dat eerwraak volgens de sharia niet toegestaan is. Of dit correct is is moeilijk te bepalen omdat de sharia zich niet expliciet uitspreekt over zoiets specifieks als eerwraak. Vaak, zelfs in de wikipedia over de sharia, stelt men dat eerwraak expliciet verboden zou zijn volgens de sharia. Dit is niet correct en moet eerder gezocht worden in het westerse politiek correcte wensdenken of apologeren van deze zogenaamde ‘culturele’ praktijken. Het verbod op het vermoorden van een andere persoon wordt expliciet genoemd maar is niet specifiek toegespitst op eerwraak. Het is ook in deze een kwestie van interpretatie. Islamitische geestelijken in met name islamitische landen zijn in het algemeen duidelijker. Eerwraak ziet en predikt men in de regel niet als verboden maar veel vaker juist als de plicht van een goede echtgenoot, vader, broer, oom of neef.
Een ander voorbeeld waarin de islamitische clerus maar ook het gewone volk uitzond
eringen maakt op de voorschriften is zelfmoord. Zelfmoord an sich is, in tegenstelling tot eerwraak wel expliciet verboden volgens de islamitische mores, maar in de praktijk ziet men een zelfmoordaanslag op de ‘vijanden’ [van de islam] juist als hoogst haalbare in het leven en als ’shortcut’ naar het hemelse paradijs.
De koran noch de sharia zijn los te zien van andere maatgevende en dwingende ‘heilige’ islamitische teksten en geschriften. De koran moet u zien als de globale geschiedschrijving. Ze geeft hoogstens een weinig uitgewerkt en gedetailleerd voorschotje op een aantal principes. De [a]Hadith zijn de meer gedetailleerdere overleveringen van de gedragingen, de daden, het doen en laten en de uitspraken van de profeet Mohammed die als navolgenswaardig dienen te worden aangemerkt. De [a]Hadith is derhalve de aanvulling op de koran en kan daarvan niet los gezien worden.
Ook de sharia moet u zien als de basiswetgeving volgens de islamitische principes en dogmatiek. De figh, ofwel de plichtenleer is de verder uitgewerkte jurisprudentie die volgt op de sharia. Fiqh gaat zowel over islamitische rituelen als over het islamitisch recht. Ze kan en mag niet los gezien worden van de sharia. Evenals wij de door de jaren heen ontstane jurisprudentie op onze wetboeken en artikelen niet kunnen en mogen negeren. Zowel onze jurisprudentie alsook de islamitische fiqh zorgen ervoor dat de wetten met zekere consistentie en consequent worden geïnterpreteerd en toegepast. Het zorgt voor de samenhang en wordt gezien als richting bepalend om zodoende al te grote interpretatieverschillen van de letterlijke teksten te voorkomen. Alhoewel dit natuurlijk niet kan voorkomen dat ook deze jurisprudentie voor verschillende interpretaties vatbaar kan zijn.
De fiqh is niet onduidelijk over eerwraak. In de klassieke en hoog gerespecteerde handleiding inzake islamitische recht en jurisprudentie Umdat al-Salik kunnen wij letterlijk lezen (Umdat al-Salik o1.1-2) dat het door de ouders ombrengen van hun kinderen, of de kinderen van hun kinderen niet in aanmerking komt voor strafrechtelijke vervolging volgens de islamitische wet en jurisprudentie. Het is niet anders te lezen of te verstaan als justificatie van eerwraak en het om moverende redenen [laten] ombrengen van jouw kinderen of diens kinderen.
Daarnaast zijn er diverse teksten in de genoemde basale en aanvullende, voor islamieten heilige geschriften die het doden van een afvallige zoon, dochter of familielid rechtvaardigen omdat het doden van het kind of familielid te verkiezen valt boven het toestaan dat deze de islam bespot of een wig drijft tussen de gelovigen en overige leden van de familie. Bovendien is de koran noch de sharia onduidelijk over wat het lot dient te zijn van ‘overspelige’ mensen. Er zijn diverse overleveringen waarin Mohammed zelf mensen die tot viermaal opbiechten dat zij overspelig zijn geweest ter dood liet brengen.
Vanzelfsprekend stelt de sharia dat deze doodstraf alleen verordonneerd mag worden door officiële organen, maar deze zijn niet altijd voorhanden en er heerst bij gebrek aan een eenstemmigheid wie deze autoriteit exact vertegenwoordig een soort ongeregeldheid. In wezen is een ieder die claimt fatwa’s en recht te mogen spreken daartoe gerechtigd. Bovendien is het beslist niet uitgesloten dat familieleden aan een imam of geestelijke raad en een fatwa vragen. Bijvoorbeeld in gevallen waarbij de fiqh, ofwel de islamitische jurisprudentie, geen uitkomst of uitsluitsel biedt of zou bieden. Een gematigde imam of geestelijke zal er in de regel voor pleiten het familielid ’slechts’ uit- of te verstoten. Een orthodoxere of radicalere imam of geestelijke zal mogelijk een fatwa verstrekken die het doden van het kind of diens kind expliciet toestaat.
Waaruit deze religieuze maar ook juridische achterlijkheid voortvloeit is een onderwerp an sich. Het heeft alles te maken met de ondergeschikte onderdanige positie van vrouwen en meisjes binnen de islamitische leer en praktijk. Ondanks dat gezins-, familie- en stamleden van de vrouwelijke kunne als minderwaardige schepsels worden aangemerkt zijn deze wel belast met de eer van de familie en stam, en met name de eer van de mannelijke leden van de familie of stam. Dit artikel zou te lang worden als daarin ook ingegaan zou worden op de schaamte cultuur, de eercultus en de verwrongen kijk op seksualiteit en vrouwen die onlosmakelijk met de islam verbonden zijn.
Feit is wel dat het ene niet los staat van het andere. Gezien het feit dat de rol van de man en van de vrouw binnen de islamitische gemeenschap vastliggen zoals verankerd staat in ondermeer de koran kun je het ene zien als het gevolg of vervolg van het andere. Daarover wellicht een andere keer meer. U kunt dit uiteraard ook uitvoeriger ter sprake brengen in de reacties onder dit artikel.




Een goed debat (tussen een Groenlinks Marokkaan en een Joodse PVV’er)!
Barbara Kay: Honour killing is not ‘domestic’ violence
Er is geen EER in eerwraak! Maar wat kan men ook verwachten van mensen die zich laten leiden door een achterlijk geloof.